A B C D E F
G H I J K L M 

Total read books on site:
more than 10 000

You can read its for free!


Text on one page: Few Medium Many
Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe.




BEN-HUR

Een verhaal uit den tijd van Jezus' omwandeling op aarde


Uit het Engelsch van

LEWIS WALLACE


door

ALMA

(A.M.Th. Doedes)


* * * * *



VOORBERICHT.


Gaarne schrijf ik, daartoe verzocht, een aanbevelend woord voor eene
nieuwe uitgave van dit boek, dat vertaald is met eene zorg en keurigheid
zulk een meesterstuk waardig.

Niemand kan meer bereid zijn dan ik om te erkennen, dat een verhaal uit
den tijd van Jezus' omwandeling op aarde een genre is uiterst teeder en
zoo vol gevaar om het heilige niet heilig te houden, dat het er mede is,
als met afbeelden van den Christus, een ondernemen, dat een even vroom
gemoed als een zeldzaam talent vereischt. Geen oningewijde, niet door
hooger geest gedrevene, wage zich op het gebied van het heilige.

Van de schrijver van Ben-Hur mag gezegd worden, dat hij het tijdperk,
waarin zijn verhaal valt, en in ruim gebied karakters, plaatsten en
omstandigheden zoo grondig kent, als alleen de ernstigste studie
mogelijk maakt. Telkens rijst het vermoeden, dat de schrijver meer
noodig geacht heeft dan boekenkennis, dat hij persoonlijk de plaatsen
heeft bezocht, dat hij uit het verledene als een ooggetuige doet
opdoemen.

Uit het tijdvak, dat hij ons aanschouwelijk wil voorstellen, kan de
inhoud der evangelin niet geheel verwijderd blijven, maar met welk eene
soberheid en eerbied voor de letter is dit geschied. Reeds terstond
blijkt dat bij den aanvang des verhaals, waar de schrijver niet een
eigen verdicht verhaal maakt van het weinige dat Mattheus van "de Wijzen
uit het Oosten" meedeelt, maar de kerkelijke legende van Caspar,
Melchior en Balthasar, de als zinnebeeld der Christus' heerschappij uit
Europa, Azi en Afrika gekomenen opneemt, om met eerbiediging van de
Schrift, zij het ook slechts n van de drie, den vromen Balthasar uit
Egypte, als type van het tijdvak in zijn verhaal op te nemen. In alles
wat den Heer zelve betreft, en dat niet meer is dan het volstrekt
noodige, is nergens in het minste den teugel aan de verbeelding gevierd,
en aan de Schrift, en aan deze alleen het woord gelaten.

Door dit alles is het, dat het kunstwerk van WALLACE niet alleen aan
volwassenen maar niet minder voor jeugdigen kan worden aanbevolen, als
een geschrift, waaruit zij veel kunnen leeren om de Schrift beter te
verstaan, doch vooral ook meer van harte te waardeeren de herschepping,
die in de menschenwereld en in menschenharten door den beloofden en zoo
vurig verwachten Zoon des menschen is teweeggebracht.

In de edelste harten van die dagen zien wij niet de heerschappij der
liefde met oppermacht heerschen, maar een zich buigen voor den machtigen
drang van wraakzucht en haat. Alleen n (en dit denkbeeldig) type, de
vrome Balthasar, schaduwt hoogere verwachtingen af; maar een edel type
van vleesch en bloed als Ben-Hur kan voor de oplossing van het
wereldraadsel door kruis en opstanding niet hooger reiken dan een
Joodsch koning, die door Galileesche legioenen de wereld overwinnen en
aan Jeruzalem in het wereldgebied de plaats van Rome schenken zal.

Tegen welke wereldmachten de Zoon des menschen zonder de hulp van
wapenen, goud of wijsbegeerte zich te kampen heeft, wordt in de
keurigste tafereelen op elk levensgebied aanschouwelijk, en tevens zijn
recht gevoeld om stervende te kunnen zeggen: "ik heb de wereld
overwonnen."

Waar zooveel in onze dagen van het lezen des Bijbels en grondig
bepeinzen van zijn inhoud afleidt, mag van dit boek, al is het een
verdicht verhaal, het tegendeel gezegd worden. Den nadenkende doet het
de wereld, die Jezus overwinnen kwam door haar in woord en daden de
liefde des Vaders te openbaren, in eigen natuurlijk hart terugvinden.
Geen zoo edel, dat van nature zich hooger zal durven plaatsen, dan
Ben-Hur. Voor dezen niets minder dan een van nieuws geboren worden
noodig, een zien met andere oogen, een liefhebben met een vernieuwden
geest des gemoeds. Wat voor hem, gelijk voor Nikodemus gold, voelen zij
ons niet minder van nabij te raken: "tenzij iemand van nieuws geboren
wordt, hij kan het koninkrijk Gods niet zien." De moordenaar op het
kruis was de eerste om dat met onbenevelden blik te aanschouwen.

Na hem rust ons oog op Stefanus en op den plaatsvervanger des eersten
martelaars, Paulus, op dat hooge standpunt de voltooiing van den
wereldstrijd door het kruis aanschouwend. Hoevelen na hem hebben in
lijden, strijd en sterven de roemtaal van Rom. VIII herhaald, als een
Amen op het woord van de Zegepralende bij zijn heengaan: "Mij is gegeven
_alle_ macht in den hemel en op aarde, onderwijst _alle_ volken, ik ben
met u _al_ de dagen tot de voleinding der eeuwen."

C.S.A. v. S.


* * * * *


BEN-HUR



BOEK I.


* * * * *


EERSTE HOOFDSTUK.

IN DE WOESTIJN.


De Jebel es Zubleh is een bergketen, ruim vijftig mijlen lang, en zoo
smal, dat zij op de landkaart veel heeft van een rups, die van het
zuiden naar het noorden kruipt. Van den top der wit- en roodkleurige
klippen ziet men in het oosten niets dan de woestijn van Arabi. Een
dikke laag zand, door den Eufraat achtergelaten, bedekt het onderste
gedeelte van de bergketen en blijft daar liggen, want de berg strekt tot
een muur voor de weilanden van Moab en Ammon in het westen, die anders
een deel van de woestijn zouden uitmaken.

De Arabier heeft den stempel zijner taal gedrukt op alles ten zuiden en
oosten van Judea; zoo is in het Arabisch de oude Jebel de vader van
tallooze wadi's[1], die, den weg kruisend, breeder en breeder worden, in
het regenseizoen de watermassa's naar de Jordaan afvoeren, of wel naar
haar laatsten vergaarbak, de Doode Zee.

Uit een van deze wadi's, en wel uit de allerlaatste, die ten slotte de
bedding van de beek Jabbok wordt, kwam een reiziger te voorschijn, die
koers zette naar de woestijn. Op dezen persoon willen wij eerst de
aandacht vestigen.

Naar zijn uiterlijk te oordelen moest hij vijfenveertig jaar oud zijn.
Zijn lange baard, eenmaal ravenzwart, begon sterk te grijzen; zijn
donkerkleurig gelaat was door een laag neerhangenden, rooden hoofddoek
slechts ten deele zichtbaar. Nu en dan sloeg hij de oogen op, groote
donkere oogen. Hij was gekleed in een lang, ruim gewaad, de gewone
oostersche dracht, en bereed, gemakkelijk liggende in een zonnetent,
een witten kameel.

Ik geloof niet dat eenig westerling den indruk zal vergeten, dien de
eerste aanblik van een kameel, gezadeld en bepakt voor de reis door
de woestijn, op hem maakt. De gewoonte, zoo doodend voor andere
nieuwigheden, heeft hier slechts weinig invloed. Na menige reis per
karavaan, na jarenlang verblijf onder de Bedounen, zal de westerling,
waar hij ook zijn moge, telkens weer stilstaan, om het schip der
woestijn te zien voorbijgaan. De bekoring ligt waarlijk niet in het
uiterlijk van het dier, noch in zijne afmetingen, noch in zijn
onhoorbaren stap; neen, maar de woestijn omhult den kameel met al haar
geheimenissen, en hem aanschouwende denken wij aan die geheimenissen.

De kameel, die juist uit de wadi kwam, mocht gerust aanspraak maken op
het gewone eerbewijs. Zijn kleur en hoogte, zijn breede voet, zijn
forsche bouw, zijn slanke, sierlijke nek, zijn kop, zijn stap, lang en
veerkrachtig, zijn tred, zeker en onhoorbaar, alles kenmerkte den
afstammeling van een oud Syrisch geslacht.

Toen de kameel uit de wadi te voorschijn trad was hij de grens van El
Belka, het oude Ammon, overgegaan. Het was nog vroeg in de morgen. De
zon ging juist op, half omsluierd door een wazigen mist. Vr hem lag
de woestijn, niet het gebied van het welzand, dat was verderop; maar de
regionen, waar de plantengroei minder begint te worden, en de grond
bezaaid is met blokken graniet en grijze en bruine steenen, waartusschen
hier en daar een kwijnende acacia zich omhoog werkt en enkele toefjes
gras opschieten. Eiken, braamstruiken en haagappelboomen lagen achter
hem, alsof zij, tot een zeker punt genaderd, door n blik op die dorre
woestenij van schrik verstijfd waren gebleven. Hier ook hield de begane
weg op.

Maar dat hinderde den kameel niet. Alsof hij een innerlijken drang
gehoorzaamde, ging hij met versnelden pas op den oostenlijken horizon
toe. De wijd geopende neusgaten dronken gretig het frissche morgenwindje
in. Leeuwerik en rotszwaluw ontplooiden hunne vleugels, en witte
patrijzen, opgejaagd door den vreemden bezoeker, maakten zich piepend en
klokkend uit de voeten. Ter rechterzijde verhieven zich de heuvels van
den Jebel. Boven hun hoogste toppen zweefde een gier op breed
uitgespreide vlerken in steeds wijder wordende kringen. Van dit alles
zag de bewoner der tent echter niets; zijne oogen staarden droomerig
vooruit. Berijder en kameel beiden gaven den indruk, dat zij geleid
werden.

Zoo ging het twee uren voort. Gedurende al dien tijd bleef de reiziger
in dezelfde houding liggen en keek niet rechts of links. Het landschap
was intusschen van voorkomen veranderd. Van den Jebel zag men nog
slechts aan den westelijken horizon de flauwe omtrekken. Hier en daar
lagen enkele groote bazaltsteenen, als voorposten, om de vijandige
machten in bedwang te houden. Zand, niets dan zand was wat het oog
ontwaarde, somtijds effen als aan het strand der zee, dan in heuveltjes
opgehoopt, hier als gekuifde golven, daar als zachte deining. Ook de
atmosfeer had eene verandering ondergaan. Dauw en mist waren opgetrokken,
de gansche omtrek schitterde in den vollen zonneschijn, de blauwe lucht
vonkelde en trilde in dien gloed.

Weder gingen twee uren voorbij en nog altijd ging het voorwaarts in
dezelfde richting, zonder rust of oponthoud. De Jebel was uit het
gezicht verdwenen; de schaduw, die straks den reiziger volgde, viel nu
naar het noorden, en hield gelijken tred met hen, die haar afwierpen,
en nog verroerde de in gedachten verzonkene zich niet.

Maar zie, juist toen de zon de middaghoogte bereikte, stond de kameel
uit eigen beweging stil, en slaakte een kreet, die den meester als uit
een vasten slaap deed ontwaken. Hij sloeg het tentgordijn open, keek
naar de zon, beschouwde lang en aandachtig het landschap, haalde diep
adem, en fluisterde met een bevredigden blik: Eindelijk!



Pages: | 1 | | 2 | | 3 | | 4 | | 5 | | 6 | | 7 | | 8 | | 9 | | 10 | | 11 | | 12 | | 13 | | 14 | | 15 | | 16 | | 17 | | 18 | | 19 | | 20 | | 21 | | 22 | | 23 | | 24 | | 25 | | 26 | | 27 | | 28 | | 29 | | 30 | | 31 | | 32 | | 33 | | 34 | | 35 | | 36 | | 37 | | 38 | | 39 | | 40 | | 41 | | 42 | | 43 | | 44 | | 45 | | 46 | | 47 | | 48 | | 49 | | 50 | | 51 | | 52 | | 53 | | 54 | | 55 | | 56 | | 57 | | 58 | | 59 | | 60 | | 61 | | 62 | | 63 | | 64 | | 65 | | 66 | | 67 | | 68 | | 69 | | 70 | | 71 | | 72 | | 73 | | 74 | | 75 | | 76 | | 77 | | 78 | | 79 | | 80 | | Next |

N O P Q R S T
U V W X Y Z 

Your last read book:

You dont read books at this site.