A B C D E F
G H I J K L M 

Total read books on site:
more than 10 000

You can read its for free!


Text on one page: Few Medium Many
Produced by The Online Distributed Proofreading Team at








Ellen Key

De Moedige Vrouw

Uit het Zweedsch
(Tanke Bilder)

Door

Ph. Wijsman



Amsterdam
C. A. J. van Dishoeck
1899






Leiden: Boekdrukkerij van L. van Nifterik Hz.





INHOUD.


Conventioneele vrouwelijkheid 1
Moed 20
Vrijheid 29
Rust 52
De vrouw der toekomst 65





De vrouw die moed heeft om naar
persoonlijke vrijheid te streven en zich
in de stilte der eenzaamheid rekenschap
te vragen van hare handelingen, woorden
en gedachten, is op den goeden weg om
voor latere geslachten te vormen:

"De ideale vrouw der toekomst."





CONVENTIONEELE VROUWELIJKHEID.


Het conventionalisme is de stilzwijgende overeenkomst, den schijn
voor het wezen, vorm voor inhoud, en bijzaken voor de hoofdzaak
in de plaats te stellen. In zekeren zin behooren ook de, bij de
verwisseling van het schoonheidsgevoel in verscheidene tijdperken
veranderende, modes ertoe. In de diepere beteekenis van het woord
valt altijd een gedeelte van deze aangenomen leer der welvoegelijkheid
tezamen met die van zeden en gebruiken, met het begrip van de mate van
zelfbeheersching en zelfverzaking, die ieder persoon heeft in acht te
nemen in den omgang met anderen. Hoe meer men vordert in de beschaving
en ontwikkeling, des te ruimer worden de grenzen genomen, waarin aan de
samenleving de beoordeeling wordt toegestaan van ieders persoonlijk
geloof en zienswijze, van ieders arbeidsveld en gewoonten in het
dagelijksch leven. Hoe langer hoe meer begint men te begrijpen, dat
elke uiting van persoonlijke gevoelens, die op het recht van anderen
geen inbreuk maakt, vrij behoort te wezen. Een vrij groot gedeelte
van de taak der beschaving in het tijdperk van elk nieuw geslacht,
heeft altijd bestaan en bestaat ook nog, in het afschaffen van eenige,
tot ledige vormen ontaarde gebruiken, doode overblijfselen van hetgeen
vroeger bestond, die de nieuwe planten verhinderen om krachtig op
te schieten. Wij hooren in onze dagen telkens weer stemmen opgaan
die vrijheid en keuze tegenover de tot richtsnoer aangenomen zeden
verlangen voor het persoonlijk geweten en de persoonlijke neiging. In
dezen eeuwigdurenden strijd komt het er vooral op aan te beslissen,
wat ook nu in werkelijkheid nog recht van bestaan heeft en wat alleen
hinderpalen zijn voor een edeler vrijheid, eene diepere waarheid,
een grooter oorspronkelijkheid, een rijkeren levens-inhoud; in éen
woord: wat daarin is ontaard tot ledige vormlijkheid.

Maar niet alleen met verouderde gebruiken en vormen moet afrekening
gehouden worden. In elken kring worden nog voortdurend dergelijke doode
overblijfselen van voorheen opgegraven en in den vorm van vooroordeel,
van kleinzielige beweegredenen en wankelmoedige, onzelfstandige
gewoonten, gehuldigd. Bij de vrouwen is die vormendienst ten allen
tijde sterker ontwikkeld dan bij de mannen. Want de zucht tot
het bijbehouden van "hetgeen altijd zoo is geweest" wordt helaas
dikwijls een steun voor het conventioneele gedrag der vrouw in de
samenleving. Zelden zijn de vrouwen zóo persoonlijk ontwikkeld dat
zij, bij hetgeen zij wenschen te behouden, schijn van wezen, vorm
van inhoud, kunnen onderscheiden; en zelfs, al zien zij het verschil
in, ontbreekt het haar toch gewoonlijk aan den moed om inhoud en
degelijkheid te verkiezen boven vormen en schijn, wanneer de groote
meerderheid vóor de laatstgenoemden stemt.

In het laatste tiental jaren is er in de letterkunde, zelfs in de
werken van vrouwelijke auteurs, een krachtige stem tegen die ledige,
holle vormen opgegaan. Die oppositie werd vooral gericht tegen het
verouderde ideaal der vrouw, volgens hetwelk zelfverloochening de
edelste vrouwelijkheid vertegenwoordigde en tegen het verouderde
begrip omtrent de zedelijkheid, volgens hetwelk de liefde zonder
huwelijk onzedelijk, maar een echt, ook zonder liefde gesloten,
voor zedelijk gehouden wordt.

De vrouwen welke thans het nieuwe ideaal huldigen: "zelfontwikkeling
tot toewijding van haar persoon en leven aan anderen," ontmoeten
van de vooruitstrevende geémancipeerden onzer dagen dezelfde weinig
beteekenende verwijten als die, welke in 1850-60 gericht werden tot
de voorstanders der toen nieuwe beweging op dat gebied.

Immers die vroegere émancipatiebeweging had in hoofdzaak ook ten
doel de menschelijke rechten der vrouw te doen gelden, in het
algemeen beschouwd. De latere is er op uit het recht van iedere
vrouw als persoon, te verdedigen; dat is te zeggen: het moet der vrouw
onvoorwaardelijk vrij staan te gelooven, te denken naar haar eigen wil;
zelfs te handelen naar eigen goedvinden, wanneer zij hierbij niet de
rechten van anderen kwetst. Aangezien dat eerste in algemeenen zin kan
worden beschouwd, kon het voor een groot gedeelte collectief worden
beoefend; de zelfstandigheid der vrouw in hare daden moet natuurlijk
het recht van ieder van haar, als persoon, gelden. Dit bedenken de
vrouwen, die voortdurend ijveren voor dat eerste doel, de algemeen
menschelijke rechten der vrouw, niet genoegzaam. Zij dringen er niet
in door, dat elke vrouw niet slechts haar aandeel behoort te hebben
in het algemeene recht als mensch, maar dat ook hare persoonlijke
rechten, overeenstemmend met haar eigenaardigen aanleg en karakter,
gewaarborgd moet worden door de maatschappij. De strijd betreft in de
eerste plaats het recht der vrouw op een, misschien van alle bestaande
leerstellingen en van het tot nu toe gehuldigde ideaal afwijkend,
temperament. Dit is de groote kwestie tusschen de afzonderlijk voor
haar gevoelens pleitende vrouw en de vertegenwoordigsters van het
nieuwe tijdperk in het vrouwelijk bestaan. Dat ieder persoonlijk
karakter een nieuwe wereld is--deze ontdekking die in Shakespeare
zijn Columbus vond--een Columbus, op wiens voetspoor telkens nieuwe
reizigers nieuwe landen wonnen--dit feit, dat in de litteratuur
telkens weder wordt genoemd en toegepast op het leven, is nog
slechts tot enkelen doorgedrongen als eene op ervaring gebouwde, en
door het leven bevestigde, waarheid. Maar dat hiermede althans een
begin werd gemaakt; dat de voorheen, als onwrikbaar vast aangenomen,
gebruikelijke opvatting van den aard en het wezen van den mensch en de
daaruit afgeleide raadselen, meer en meer worden vervangen door eene
persoonlijke, van anderen onafhankelijke beschouwing,--dit hebben wij
wel in de eerste plaats te danken aan de dichters en denkers in onze
dagen; in dezen heeft het conventionalisme zijn ergsten vijand; hun
herkenningsteeken is het diep besef van alle oorspronkelijke krachten
van het menschdom, van de degelijke vraagstukken in het leven. Want al
moge het conventionalisme in de gestalte der napraters tot geestigheden
aanleiding geven, toch is juist het moderne genie een protest tegen
de leer, die elken, op zich zelf gewettigden, maar van de bestaande
regelen afwijkenden blik op de wereld en de kunst, ten hoogste afkeurt.

De dichter die in het Noorden met éen enkelen slag het veranderde,
vormlijke ideaal der vrouw, die zich onder alle omstandigheden
opofferende, zachtzinnige vrouw, verbrijzeld heeft, is Ibsen, als
hij Nora man en kinderen doet verlaten om getrouw te zijn aan haar
eigen plichten; als hij door "Het spook" in het zedelijk bewustzijn
der menschen tracht te etsen: dat eene vrouw, die aan haar eigen
persoonlijk karakter getrouw is, ook ten nutte van anderen, hooger
staat dan zij, die zich blijft vastklampen aan de eenmaal bestaande
vormen der zedelijkheid, ook al zijn deze zonder zin of beteekenis in
haar bijzondere omstandigheden. En sedert heeft Ibsen voortdurend
de vrijheid onder eigen verantwoordelijkheid gepredikt, als de
verlossing voor het individu. Langzaam-aan is men begonnen naar hem
te luisteren;--gedeeltelijk heeft men hem ook verstaan. Maar men weet
het immers, geen geweten is in dit opzicht meer hermetisch gesloten
dan dat van zekere, door de emancipatie in een opgewonden toestand
verkeerende, vrouwen. Dat alle vrouwen gelijke rechten met de mannen
moeten hebben is de scheering en inslag van het weefsel, dat zij in
hare redevoeringen over de persoonlijke vrijwording der vrouw, op het
getouw zetten. Zij vergeten, dat het recht om te worden wat zij wil,
voor de vrouw evenzoogoed als voor den man, vaak de noodzakelijkheid
medebrengt om datgene wat zij naar haren aanleg en karakter is, te
onderdrukken. Zij vergeten, dat het individu hoogere eischen moet en
mag stellen dan alleen het recht tot de keuze van een werkkring. Zij
zien ze voorbij, die eindelooze schakeeringen in gevoelens, in meening
en karakter, die de oorzaak waren, dat de eischen aan solidariteit in
de opvatting en handelingen der voor de vrouwenbeweging ijverenden,
verliepen in onderdrukking der enkele vrouwelijke persoon. Zeer
zeker is het ook nu nog de waarheid dat aaneensluiting noodig is,
om aan de vrouw, de rechten die haar tot heden onthouden werden, te
verschaffen. Maar elk verplichtend in gesloten gelederen optrekken
is in deze zaak gevaarlijk te achten; immers de vooruitgang in den
toestand der vrouw, in den ernstigen, diepen zin van het woord,
verlangt juist, dat de zoo oneindig verschillende individuen, zoo
onbelemmerd mogelijk, zullen kunnen toonen, waartoe zij op zeer
verschillend gebied, in staat zijn.

Het dreigend gevaar van den vormendienst in de vrouwenbeweging
uit zich echter niet alleen in de te hoog opgedrevene eischen tot
aaneengesloten handelen, maar ook in de wijze waarop de meening der
tegenstanders wordt "afgemaakt".



Pages: | 1 | | 2 | | 3 | | 4 | | 5 | | 6 | | 7 | | 8 | | 9 | | 10 | | 11 | | 12 | | 13 | | Next |

N O P Q R S T
U V W X Y Z 

Your last read book:

You dont read books at this site.